Tabel 6.5.3 | ||||
|---|---|---|---|---|
Omschrijving | Realisatie 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 | Verschil 2027-2026 |
Primaire personeelskosten (inclusief inhuur) | 26.638 | 30.198 | 37.188 | 6.990 |
Secundaire personeelskosten | 4.670 | 5.076 | 4.676 | -400 |
Automatisering | 6.615 | 7.750 | 7.502 | -248 |
Huisvesting | 5.618 | 5.967 | 6.330 | 363 |
Profitcenters | 290 | 296 | -28 | -324 |
Overig | 1.014 | 1.059 | 1.158 | 99 |
Totaal overhead | 44.846 | 50.346 | 56.827 | 6.481 |
Dekking via doorbelasting aan grondexploitaties en investeringswerken | -3.787 | -4.584 | -6.062 | -1.478 |
Netto overhead | 41.059 | 45.762 | 50.764 | 5.002 |
De stijging van de loonkosten wordt veroorzaakt door een toename van de formatie en de verwerking van de middelen voor realisatiekracht. Deze middelen waren vorig jaar nog opgenomen onder de secundaire middelen, waardoor deze post afneemt. Daarnaast is met ingang van de begroting 2027 de formatie vanuit het ruimtelijk domein en het sociaal domein toegevoegd. De uitbreiding van de formatie vertaalt zich eveneens in hogere huisvestingskosten.
De raming voor de profitcenters is gebaseerd op de afgesloten contracten voor dienstverlening aan derden.
