Home

Wijzigingen begroting

Inleiding
In 2022 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Ede 2040 vastgesteld met daarin de koers voor het gehele Ruimtelijk Domein voor de komende 20 jaar. Hierin zijn de vijf strategische keuzes voor de gemeente Ede opgenomen.

Figuur 1 Strategische keuzes omgevingsvisie

In de visie is aangegeven dat we de uitvoering mede vormgeven aan de hand van de ‘Ontwikkel- en Investeringsstrategie’. Met deze Ontwikkel- en Investeringsstrategie (hierna O&I) programmeren we de uitvoering van de Omgevingsvisie. Hierin wordt steeds de verbinding tussen de inhoud en de bijbehorende middelen gelegd. De O&I is daarmee een hulpmiddel bij de uitvoering van de Omgevingsvisie.

 De O&I bestaat uit de volgende onderdelen:

  • De Ontwikkelstrategie programmeert de uitvoering van de Omgevingsvisie. De programmering geeft aan waar, wanneer en waarom we aan de slag gaan met programma’s (gebiedsgericht en/of thematisch), met de benodigde onderzoeken en met strategische projecten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de korte termijn (nu-2027), de middellange termijn (2030) en de lange termijn (tot 2040).
  • De Investeringsstrategie vertaalt de Ontwikkelstrategie door naar de investeringen en benodigde dekking en geeft aan wanneer deze middelen nodig zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele uitgaven. Investeringen in maatschappelijke voorzieningen en infrastructuur drukken als structurele lasten op de begroting van de gemeente. Daarnaast zijn er investeringen die, zoals bijvoorbeeld de gebiedsontwikkeling Doesburgerbroek om incidentele middelen vragen. Voor deze incidentele investeringen is in de begroting een reserve Omgevingsvisie opgenomen.

De strategie helpt de raad om keuzes te maken in een situatie waarin de ambities groot zijn, maar financiële middelen, capaciteit en tijd beperkt zijn. De gemeente benadrukt dat de uitvoering van de Omgevingsvisie niet alleen afhangt van de eigen inzet, maar ook van externe factoren zoals rijks- en provinciaal beleid, juridische uitspraken, netcongestie en stikstofregels.

De bekende metafoor in het document is die van de fiets:

  • het stuur en voorwiel staan voor de inhoudelijke koers uit de ontwikkelstrategie;
  • de trappers en het achterwiel staan voor de snelheid van uitvoering via investeringen en capaciteit;
  • De wind staat voor externe factoren die het tempo en de haalbaarheid beïnvloeden.

Terugblik en veranderde context
Sinds de eerste versie van de O&I in 2024 is duidelijker geworden hoe belangrijk de zogenoemde dragende systemen zijn. Dat zijn de systemen die als randvoorwaarde functioneren voor ruimtelijke ontwikkeling:

  • natuur en stikstof,
  • milieu,
  • mobiliteit,
  • energie.

Waar Ede vol goede moed startte met de woningbouwopgave, blijkt de laatste jaren dat dragende systemen essentieel zijn om evenwichtig te kunnen groeien. Het vergt tijd en inzet van middelen om op deze dragende systemen tot goede oplossingen te komen. Tegelijkertijd ligt Ede qua woningbouw nog steeds redelijk op koers voor de ambitie van 11.000 tot 15.000 woningen tot 2040.

De gemeente probeert de knelpunten actief te ondervangen:

  • Een taskforce stikstof werkt aan verwerving van externe stikstofruimte om woningbouw mogelijk te houden.
  • In het omgevingsprogramma Ede-Stad worden maatregelen voor recreatie uitgewerkt om druk op Natura 2000-gebieden te verminderen.
  • Met TenneT en Liander wordt intensief overlegd om de gevolgen van netcongestie te beperken.
  • Binnen de Aanpak Veluwe wordt gewerkt aan oplossingen voor de langere termijn.

De afgelopen jaren is bovendien duidelijk geworden dat Ede voor de uitvoering steeds afhankelijker wordt van andere overheden, subsidies en cofinanciering. Succesvolle subsidieaanvragen leveren kansen op, maar brengen ook nieuwe verplichtingen en beslag op capaciteit met zich mee.

Duidelijk is dat Ede nog steeds kan doorbouwen, maar dat dit niet vanzelfsprekend is en om aanzienlijke investeringen vraagt. De belangrijkste risico’s liggen op twee terreinen:

Financiering
Een belangrijk deel van de huidig beschikbare middelen is incidenteel (reserve Omgevingsvisie, subsidies), terwijl veel opgaven om structurele inzet vragen. Voor investeringen in mobiliteit, maatschappelijke voorzieningen en groen zijn structurele middelen nodig. Er moet niet alleen voorzien worden in financiering, maar ook in onderhoud, beheer en exploitatie. Vanaf 2030/2031 is structurele ruimte nodig om te kunnen voorzien in uitvoering van de plannen waar nu aan gewerkt wordt.

Uitvoerbaarheid
De complexiteit en afhankelijkheid van externe factoren kan leiden tot vertraging. Niet alle ambities kunnen mogelijk binnen de gewenste termijn worden gerealiseerd. Er is voortdurend bijsturing nodig op kansrijkheid, haalbaarheid en inzet van mensen en middelen.

Ontwikkelingen en opgaven
Natuur en leefomgeving
Natuur en biodiversiteit in Ede staan onder druk door stikstof, verdroging, recreatiedruk, geur, fijnstof en de nabijheid van Natura 2000-gebieden. Ede wil natuurherstel, klimaatadaptatie en basiskwaliteit natuur verbinden aan ruimtelijke ontwikkeling. De groei van de stad maakt deze opgave urgenter, omdat extra inwoners ook extra recreatiedruk op de Veluwe veroorzaken.

De gemeente zet daarom in op:

  • Herstel van de Veluwe en het Binnenveld.
  • Ontwikkeling van uitloopgebieden aan de noord- en zuidkant van Ede.
  • Ommetjes en recreatie dicht bij huis.
  • Samenwerking met rijk, provincie, waterschap, inwoners en ondernemers.

Verstedelijking
Ede groeit naar verwachting van ongeveer 78.000 naar 100.000 inwoners in 2040. Die groei vraagt om nieuwe woningen, maar ook om ruimte voor werken, voorzieningen, mobiliteit, energie, recreatie en openbare ruimte. In de huidige context kan woningbouw niet meer los worden gezien van de randvoorwaarden. De snelheid van verstedelijking wordt mede bepaald door de vraag of de dragende systemen kunnen meegroeien. Dat houdt in dat tegelijk met de realisatie van woningen en werklocaties moet worden gewerkt aan een (groene) infrastructuur, voldoende recreatiemogelijkheden in de stad, maatschappelijke voorzieningen, energie en dergelijke.

Dorpen
Voor veel dorpen zijn nog geen volwaardige gebiedsprogramma’s opgesteld. Daardoor ontbreekt vaak een duidelijke ruimtelijke koers en worden ontwikkelingen nog te veel projectmatig aangestuurd. De gemeente wil dit versnellen.

Voor 2027 wordt een eerste programmering verwacht voor onder meer Bennekom, Ederveen, Harskamp, Lunteren en Wekerom. Voor Otterlo is in de afgelopen jaren al een gebiedsprogramma opgesteld in participatie met de bewoners. De gebiedsverkenning de Klomp kent een afzonderlijk traject.

Landelijk gebied
Het landelijk gebied staat onder druk door vastlopende vergunningverlening, natuurherstel, landbouwtransitie, recreatie en stikstof. De gemeente ziet de ontwikkeling van stad en landelijk gebied als onlosmakelijk verbonden.

Voor 2027-2028 richt de inzet zich op drie pijlers:
1. versterking van samenwerking met rijk en provincie.
2. ontwikkeling van nieuw ruimtelijk beleid voor het landelijk gebied.
3. opschaling van de uitvoering in onder meer Binnenveld, Ede-Barneveld en de Aanpak Veluwe.

Aanpak: regie vanuit inzicht
De gemeente kiest voor een Grip-en-Groeistrategie met drie sporen:

Lange termijn
Werken aan structurele juridische en bestuurlijke randvoorwaarden samen met andere overheden, onder meer op stikstof, natuur, energie en mobiliteit.

Middellange termijn
Versneld eigen beleid, investeringen en instrumenten op orde brengen, bijvoorbeeld via:

  • Ontwikkelkader Ede-Stad.
  • Ontwikkelkader Landelijk Gebied.
  • Gebiedsprogramma’s voor de dorpen.

Korte termijn
Adaptief sturen op projecten: per plan beoordelen wat haalbaar is, kansen benutten zodra die zich voordoen, en projecten tijdelijk pauzeren als realisatie voorlopig niet realistisch is.

Investeringen
Bovengenoemde ontwikkelingen vragen de komende jaren om investeringen. Deze worden inzichtelijk gemaakt in de Investeringsstrategie.

De inzet van de Reserve Omgevingsvisie is gericht op het tot stand brengen van grondontwikkelingen en het realiseren van de benodigde randvoorwaarden (met name stikstof, natuurcompensatie en recreatiedruk). De Reserve Omgevingsvisie dient hiermee ter dekking van incidentele budgetten en tekorten die hieraan gerelateerd zijn. Het resultaat van het grondbedrijf (positief en negatief) wordt verrekend met de Reserve Omgevingsvisie.

Het is daarbij belangrijk om te beseffen dat een gedeelte van de benodigde investeringen uit de O&I via de reguliere programma’s zal worden opgevoerd. Het betreft dan met name de investeringen die gerelateerd zijn aan maatschappelijke voorzieningen en mobiliteit, waarbij structurele dekking en beheer nodig is.

Tabel 3.2.1 - Verloopoverzicht reserve Omgevingsvisie

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

Stand 1 januari 

25.145

12.187

22.665

17.641

6.483

Resultaatbestemming Programmarekening 2025

3.565

Stand 1 januari na resultaatsbestemming

28.710

12.187

22.665

17.641

6.483

Besloten bij Perspectiefnota 2026-2029

Dotatie aan reserve Omgevingsvisie

25.000

Besloten bij Programmarekening 2025 (MPG 2026)

Prognose resultaten Grondbedrijf

1.244

-47

-153

-407

-408

Eerder besloten (Perspectiefnota 2025-2028, 2026-2029 en 2027-2030)

Uitvoeringsstrategie Ontwikkelkader Ede stad

-220

Ontwikkelkader landelijk gebied

-700

Actief grondbeleid landelijk gebied

-500

Gebiedsproces Otterlo

-289

Beter benutten bestaande voorraad woningen

-175

Niet benutte milieuvergunningen veehouderij

-200

Haalbaarheidsfase Ede zuid

-430

Ontsluiting Ede noord west

-250

Ontwikkelperspectief stationskwartier

-100

Planvoorbereiding stationskwartier

-125

Pascalstraat haalbaarheid

-197

Sero locatie Otterlo

-318

Doesburgerbroek natuurcompensatie

-11.730

Pegasusbrug

-958

Uitvoeringsprogramma Ede stad

-450

-100

Aanvraag Stationskwartier

-250

-100

Gebiedsprogramma's dorpen

-200

Verkenning gebiedsontwikkeling de Klomp

-200

Stand voor besluitvorming Programmabegroting 2027-2030

12.662

36.940

22.512

17.234

6.075

Voorstellen Programmabegroting 2027-2030

Beter benutten bestaande voorraad

-275

-275

Rijksbijdrage koplopersprogramma Beter benutten bestaande voorraad

100

Gebiedsbudget

-350

-350

Uitvoeringsprogramma Ede stad

-120

Kostenverhaal en financiële bijdrage

-75

Facilitaire plannen

-200

-400

-400

pm

pm

Stationskwartier - Uitvoering programma

-150

-250

-250

-250

Stationskwartier - Realisatie gebouw Delta

-750

Stationskwartier - Voorbereiding stedelijke ontwikkelingen Noordplein

-150

Zuiderparken - Masterplan

-350

Zuiderparken - Omgevingsmanagement

-100

Zuiderparken - Hart voor Hoogbouw Ede zuid

-9.000

Zuiderparken - Nieuw Maanen (Galvanistraat-Pascalstraat)

-150

-350

Kostenverhaal Nieuw Maanen

150

350

Doesburgerbroek - fase 1 facilitaire grex

-8.830

Harskamp - Diverse kleine ingrepen Harskamp en woningbouw Pijnenburgerweg

-100

Otterlo - diverse voorzieningen

-100

Wekerom - onderzoeken verbeteringen infrastructuur, veiligheid en wandelroutes

-75

Voorbereidingskredieten - verlopen 5 jaars termijn

-180

-1.496

-1.671

-400

Landelijk gebied

-2.100

-2.100

Verwerven stikstofruimte

-375

Besluitvorming Programmabegroting 2027-2030

-475

-14.275

-4.871

-10.751

-650

Stand per 31 december

12.187

22.665

17.641

6.483

5.425

Toelichting voorstellen Programmabegroting 2027-2030
Beter benutten bestaande voorraad
In juli 2025 is het programma Beter benutten bestaande voorraad vastgesteld door de gemeenteraad. Met dit programma willen we kansen in de bestaande voorraad benutten voor het uitbreiden van de woningvoorraad. In het programma wordt ingezet op optoppen, zijtoppen, woningdelen, woningsplitsen, kavelsplitsen en tijdelijke huisvesting. Voor 2025 en 2026 is budget beschikbaar gesteld vanuit de reserve Omgevingsvisie. Het programma heeft de afgelopen jaren bijgedragen aan de woningvoorraad en we willen het daarom voortzetten.

We zetten de komende jaren in op vier sporen:

  1. Doorzetten project optoppen (Woonstede en mogelijk ook VVE's).
  2. Evalueren en optimaliseren beleid om de voorraad beter te benutten.
  3. Verbreden van het programma met transformatie en doorstroming.
  4. Deelname aan het koplopersprogramma Beter Benutten Bestaande Voorraad van het ministerie van BZK.

Gebiedsbudget
Vanuit de gebieden is het een nadrukkelijke wens om gebiedsbudget beschikbaar te hebben om de ontwikkeling in het gebied te ondersteunen en bevorderen. Hiermee kunnen op korte termijn kleine onderzoeken worden uitgevoerd, of kan in cofinanciering worden bijgedragen om ontwikkelingen die belangrijk zijn voor het gebied mede mogelijk te maken. Daarnaast is het gebiedsbudget gewenst om te kunnen werken aan het opbouwen van gebiedskennis en -betrokkenheid met het gebiedsteam. Tegelijk wordt de komende periode de energie nadrukkelijk gericht op het uitwerken van gebiedsprogramma’s voor de dorpen. In dit stadium is daarom budget nodig om de diverse gebiedsprogramma’s verder uit te werken om de opgave en bijbehorende kosten nog scherper te krijgen en de participatie met de dorpen te kunnen doorlopen.

Uitvoeringsprogramma Ede-Stad
Met de actualisatie van de Omgevingsvisie Ede-stad en de ontwikkeling van het bijbehorende Uitvoeringsprogramma zetten we de koers uit voor de ruimtelijke ontwikkeling van Ede-stad richting 2040. De Omgevingsvisie schetst de lange-termijnambitie voor een toekomstbestendige, leefbare en duurzame stedelijke omgeving; het Uitvoeringsprogramma vertaalt deze ambitie naar een adaptieve uitvoeringsstrategie die richting geeft aan fasering, prioritering, financiering, rolneming, organisatie en monitoring. Daarmee vormt het programma een jaarlijks fundament voor keuzes en investeringen binnen de Ontwikkel- en Investeringsstrategie (O&I) en de bredere P&C-cyclus.

De gezamenlijke vaststelling van de Omgevingsvisie en het Uitvoeringsprogramma is voorzien in het eerste half jaar van 2027. De weg naar 2040 vraagt om een stapsgewijze en goed onderbouwde aanpak. Nieuwe inzichten, lopende onderzoeken en externe ontwikkelingen maken het noodzakelijk om flexibel te kunnen bijsturen. Daarom werken we met een adaptieve uitvoeringsstrategie met een fasering richting 2027, 2030 en verder. Voor de komende periode is deze fasering nog initieel en moet zij worden aangescherpt op basis van bestuurlijke keuzes, financiële kaders en beschikbare capaciteit.

Om deze aanscherping en verdere uitwerking mogelijk te maken, is aanvullende inzet nodig op de volgende onderdelen:

  • Uitloop Uitvoeringsprogramma door vertraging in externe onderzoeken.
  • Voorwaardelijk voorwerk zoals noodzakelijke vervolgonderzoeken en actualisaties die bepalend zijn voor prioritering en uitvoerbaarheid.
  • Monitoring en sturing om de adaptieve strategie te kunnen borgen en tijdig te kunnen bijsturen.

Kostenverhaal en financiële bijdrage
Komend jaar willen we met behulp van externe expertise de financiële bijdragen voor Ede structureren en verder uitwerken om zo meer en beter onderbouwde mogelijkheden voor kostenverhaal te creëren. Daarbij is het van belang dat het voor ontwikkelaars duidelijk is wat de voorwaarden zijn die gekoppeld worden aan een ontwikkeling. Daarnaast moet het voor ontwikkelende partijen ook aantrekkelijk blijven om in Ede te investeren, gezien het grote aantal faciliterende ontwikkelingen.

Facilitaire plannen
Al enige jaren worden we, zowel in grondexploitaties als in facilitaire plannen, geconfronteerd met financiële tekorten. De complexiteit van de plannen zorgt voor intensievere plan trajecten met meer participatie en mogelijk bezwaar. Kosten van juridische procedures na vaststelling van het ruimtelijk besluit door de gemeenteraad nemen toe en zijn bovendien op basis van regelgeving niet verhaalbaar. Tegelijkertijd willen we de komende jaren als gemeente juist een actieve rol en verantwoordelijkheid nemen in de woningbouwopgave. We zetten daarbij in Ede centrum specifiek in op projectmanagement om kansrijke initiatieven verder te brengen. Dergelijke kosten proberen we te verhalen, maar een aanloop om te komen tot een haalbaar plan vraagt soms ook een investering vanuit de gemeente. De afhankelijkheid van facilitaire plannen in de woningbouwopgave is aanzienlijk, we voeren momenteel circa 25 faciliterende projecten uit.

Stationskwartier - uitvoering programma
Een groot deel van de projecten en inspanningen in het Stationskwartier wordt gedekt uit project- en investeringsbudgetten. Voor de periode 2027-2030 wordt daarnaast ingezet op de volgende (aanvullende) werkzaamheden en taken:

  • Programma-organisatie, centrale aansturing met onder andere de programmamanager en programmasecretaris.
  • Op basis een visie op de positionering en gebiedsidentiteit wordt een vervolg gegeven aan de gebiedscommunicatie en -marketing.
  • Het bewaken van de voortgang van het programma en het uitwerken van maatregelen die nodig zijn om de uitvoering verder vorm te geven en de snelheid te behouden.

Stationskwartier – realisatie gebouw Delta
Gebouw Delta is een nieuw te realiseren bedrijfsverzamelgebouw binnen het Food & Innovation District (FID) in het Stationskwartier Ede-Wageningen. Het gebouw markeert een volgende stap in de ontwikkeling van het Stationskwartier tot een volwaardig stedelijk innovatiedistrict. Daarbij bouwt het voort op de al gerealiseerde ontwikkelingen in de kazernes, Gebouwen 85 en 86 en omliggende gebouwen en vormt het een complementaire schakel ten opzichte van Wageningen Campus en het bredere Foodvalley-ecosysteem in de regio.

We werken aan een opzet waarbij dit gebouw gerealiseerd kan worden samen met WFCD en Oost NL. In de samenwerkingsentiteit, die momenteel wordt uitgewerkt, zullen de drie deelnemende partijen gelijk bijdragen in de onrendabele top van gebouw Delta. Daarbij wordt de onrendabele top (verschil tussen stichtingskosten en marktwaarde) gelijk aan de voorkant als verlies genomen.

 Stationskwartier – voorbereiding stedelijke ontwikkelingen Noordplein
In de omgeving van de rijksmonumentale Keetmolen, botsen ruimtelijke ambities met het vigerende bestemmingsplan. Hierbij geldt de in de Omgevingswet gecontinueerde instructieregel van de provincie Gelderland dat bij ruimtelijke ontwikkelingen molens en hun omgeving (de ‘molenbiotoop’) niet mogen verslechteren. Voorgesteld wordt om op basis van de opgestelde scenario’s een proces te doorlopen om te komen tot een keuze voor de Keetmolen in samenhang met de ontwikkeling van het Noordplein. Daarbij wordt een participatie met alle belangenverenigingen, de buurt, ontwikkelende partijen en provincie doorlopen om te komen tot een voorkeursmodel voor de Keetmolen en de ontwikkeling van het Noordplein.

Zuiderparken – Masterplan
Het Masterplan Zuiderparken wordt de paraplu voor alle lopende en nieuwe ontwikkelingen in dit gebied. Het masterplan is een verdere uitwerking van het Ontwikkelkader Ede-stad voor het hele sleutelgebied, waarin de groene structuur en de Groene Loper als ruggengraat van het gebied worden versterkt. Een belangrijk onderdeel hiervan is de langzaamverkeersbrug over de Keesomstraat. Deze is voorwaardelijk voor de ontwikkeling van HEZ en Galvanistraat. Ook andere mobiliteitsmaatregelen worden binnen het Masterplan uitgewerkt. Op basis van het Masterplan wordt de businesscase voor Zuiderparken opgezet.
Het komen tot een masterplan en bijbehorende businesscase is een complexe opgave. We werken in 2027 aan:

  • Een ontwerp op hoofdlijnen voor het hele gebied in samenwerking met een extern ontwerpbureau.
  • Een toekomstvisie op het niveau van het sleutelgebied op wonen, werken, mobiliteit, groen en voorzieningen op basis van de uitspraken in het Ontwikkelkader Ede-stad.
  • Een (schets)ontwerp voor de verschillende mobiliteitsmaatregelen.
  • Een gebiedsbrede businesscase met investeringen, fasering en financiële dekking.

Zuiderparken - Omgevingsmanagement
Voor het sleutelgebied Zuiderparken is het van belang om één omgevingsmanager aan te stellen om de groeiende hoeveelheid projecten te verbinden en de participatie en communicatie structureel te organiseren. Binnen Zuiderparken lopen diverse ruimtelijke opgaven parallel. Zonder centrale regie op participatie ontstaat versnippering, onduidelijkheid voor bewoners en inefficiëntie in uitvoering.
De inzet van een omgevingsmanager draagt bij aan:

  • Betere afstemming tussen projecten.
  • Hogere kwaliteit van participatie en communicatie.
  • Een herkenbare en toegankelijke gemeentelijke organisatie voor het sleutelgebied Zuiderparken.

Zuiderparken – Hart voor Hoogbouw Ede Zuid
Met de vaststelling van het Sociaal Maatschappelijk Raamwerk en het Stedenbouwkundig raamwerk is het kader van het programma vastgelegd. Binnen dit kader wordt de uitvoering verder vormgegeven. Het stedenbouwkundig raamwerk is financieel uitgewerkt in een eerste opzet van de grondexploitatie. Eind dit jaar wordt een marktpartij geselecteerd die samen met Woonstede en de gemeente uitvoering gaat geven aan de plannen uit het ruimtelijk raamwerk. De opgestelde initiële grondexploitatie vormt voor de marktpartij het financiële kader, waarbij de marktpartij wordt uitgedaagd om te komen met voorstellen voor een optimalisatie van de plannen. Als de haalbaarheidsfase positief wordt afgesloten sluiten we samen met Woonstede een Samenwerkingsovereenkomst met deze marktpartij. Op dat moment is het van belang dat we garant kunnen staan voor het op dit moment nog geraamde tekort. Na het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst zal worden toegewerkt naar het openen van de grondexploitatie voor Hoogbouw Ede Zuid.

Zuiderparken – Nieuw Maanen
Het gebied Nieuw Maanen (voorheen Galvanistraat-Pascalstraat) is in de Omgevingsvisie Ede aangewezen als transformatiegebied van kantoren naar wonen om te voldoen aan de woningbehoefte in Ede-stad. Wij zijn als gemeente initiator en dagen de markt uit om zelf initiatieven te ontplooien om te komen tot transformatie. Het betreffen facilitaire ontwikkelingen, waarbij het de inzet van de gemeente is om de plankosten te verhalen bij de initiatiefnemers. Om de bouw van de woningen mogelijk te maken moet de bestemming van de bedrijven ten noorden van de Galvanistraat aangepast worden naar het huidig gebruik. Hiervoor is een milieu-inventarisatie nodig. Tevens starten we met de onderzoeken die nodig zijn voor het maken van het Omgevingsplan. Daarnaast is voor de Groene Loper van het Zuiderpark een kwalitatieve verbetering van de groenstructuur nodig, ook voor de transformatie van kantorenlocatie naar een duurzame en gezonde woonomgeving.

Doesburgerbroek 1 e fase facilitaire grex
Voor de woningbouw in Doesburgerbroek is een Ambitiedocument vastgesteld door de raad. De ambitie is om in Doesburgerbroek in totaal 2.500 tot 2.700 woningen te ontwikkelen. In oktober 2025 is de gemeentelijke grondexploitatie voor de eerste fase geopend en de facilitaire exploitatie vastgesteld. Op het moment dat het omgevingsplan wordt vastgesteld met het kostenverhaal voor de facilitaire grondexploitatie eerste fase, zal het voorziene tekort op deze grex genomen moeten worden. Op dit moment wordt vaststelling van het omgevingsplan in 2029 voorzien.

Harskamp - Diverse kleine ingrepen Harskamp en woningbouw Pijnenburgerweg
We gaan aan de slag met een startnotitie woningbouw Pijnenburgerweg, waarbij planatelierverzoeken, ruimtelijke en financiële verkenning en afstemming met grondeigenaren worden uitgewerkt. Alle maatregelen vallen onder het Gebiedsprogramma Harskamp en worden hierop afgestemd. Daaronder vallen ook verkeersmaatregelen, zoals de oversteekbaarheid van de N310.

Otterlo - diverse voorzieningen
Voor Otterlo wordt in 2027 aan de volgende onderwerpen gewerkt binnen het gebiedsprogramma:

  • Startnotitie voor de integrale gebiedsontwikkeling Otterlo-West (onderzoeken, kaderstelling, afstemming woningbouw, parkeren en langzaam verkeer).
  • Uitwerking van scenario's voor een vitaal winkelgebied in combinatie met de supermarktverplaatsing.
  • Voorbereiding van de wandelroute tussen dorpshart en Nationaal Park De Hoge Veluwe.
  • Dorpsbrede parkeerstrategie met aanvullende terreinen en P-route logica.

Wekerom - onderzoeken verbeteringen infrastructuur, veiligheid en wandelroutes
In Wekerom wordt het gebiedsprogramma met vijf thematische opgaven vanuit de Omgevingsvisie verder uitgewerkt in afstemming met de stakeholders (zie toelichting gebiedsbudget). Parallel loopt de facilitering van bedrijventerrein Het Laar II (begeleiden initiatiefnemers, participatie, startnotitie met ruimtelijk kader en intentieovereenkomst), het haalbaarheidsonderzoek naar herontwikkeling van de Rehoboth-locatie, het overleg met de provincie Gelderland over adoptie van de N801 en het verkeerskundig onderzoek naar de rotonde en uitritveiligheid bij de Maalderij.

Voorbereidingskredieten verlopen 5-jaars termijn
Volgens de regels van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is de maximale termijn voor het aanhouden van een voorbereidingskrediet vijf jaar. Voor zowel Doesburgerbroek fase 2 als Noordplein is de doorlooptijd tot het openen van een grondexploitatie langer dan vijf jaar. Volgens de BBV moeten we daarom nu of deze kosten afboeken of een voorziening vormen. Aangezien we verwachten in de toekomst alsnog grondexploitaties te openen voor deze projecten, stellen we voor een voorziening te openen. Deze voorziening doteren we elk jaar ter hoogte van het bedrag aan voorbereidingskosten dat de vijfjaarstermijn overschrijdt en nog niet aan een grondexploitatie kan worden toegerekend. De dotaties aan deze nieuw te vormen voorziening komen ten laste van de reserve Omgevingsvisie. Op het moment dat de grondexploitaties worden geopend komen de voorbereidingskosten ten laste van de grondexploitatie. Er is dan echter vanuit de voorziening al dekking beschikbaar, omdat het verlies al genomen is. Hieronder zijn de bedragen waar het om gaat voor Doesburgerbroek fase 2 en Noordplein weergegeven.

Tabel 3.2.2

Bedragen x € 1.000

2026

2027

2028

2029

2030

Doesburgerbroek fase 2

-

-

1.350

1.650

400

Noordplein

-

180

146

21

-

Totaal

-

180

1.496

1.671

400

Landelijk gebied
Voor de uitvoering van alle opgaven in het landelijk gebied is de gemeente sterk afhankelijk van rijks- en provinciaal beleid én financiële middelen. Daarom wordt ingezet op een voortzetting van de actieve samenwerking met andere overheden, een sterke bestuurlijke positionering en goed onderbouwde gebiedsvoorstellen om de benodigde middelen en uitvoeringskracht te realiseren.
Dat doen we langs drie pijlers:

  1. Versterking samenwerking Rijk-provincie
  2. Ontwikkeling van het eigen (gemeentelijke) ruimtelijk beleid voor het landelijk gebied
  3. Intensief en in zichtbaar starten met de uitvoering van maatregelen (bijvoorbeeld Plan van Aanpak Veluwe en starten uitvoering gebiedsaanpak Binnenveld en Ede-Barneveld).

Voor alle drie de pijlers geldt dat een versterking van het ambtelijk apparaat en behoud van kennis noodzakelijk is. Met voldoende capaciteit én (vooral) juiste kennis vormen we een serieuze samenwerkingspartner voor Provincie en Rijk en behouden we onze regisserende rol. Tot eind 2026 waren hiervoor tijdelijke middelen beschikbaar. Voor 2027 en 2028 is jaarlijks € 2,1 miljoen aanvullend benodigd. Hiervan kan € 1,4 miljoen (€ 0,7 miljoen per jaar) worden gedekt vanuit de reeds ontvangen rijksmiddelen voor de Landelijke beëindigingsregeling intensieve veehouderij (lbv en Lbv-plus). Deze middelen maken onderdeel uit van het saldo van de reserve omgevingsvisie.

Verwerven stikstofruimte
Het college heeft op 22 september 2026 besloten om stikstofruimte aan te kopen. Hiermee is stikstofruimte beschikbaar voor een aantal ruimtelijke projecten binnen de gemeente Ede waar, naast interne saldering, externe saldering nog (beperkt) noodzakelijk is. Het betreft hier geen aankoop van grond en/of vastgoed maar een gedeeltelijke bedrijfsbeëindiging waarbij de vrijkomende stikstofruimte ingezet kan worden ten behoeve van extern salderen.

Deze pagina is gebouwd op 10/07/2026 09:50:22 met de export van 10/07/2026 09:04:44