In de Perspectiefnota 2027-2030 is, vanwege de bestuurswisseling, bewust gekozen voor een beleidsarme lijn, met alleen de meest noodzakelijke bijstellingen. Deze begroting vormt daarmee de eerste uitwerking van het bestuursakkoord, met concrete keuzes, investeringen en actualisaties.
Uitgangspunt blijft dat de begroting voor 2027 structureel en reëel sluitend is. Daarmee voldoet de gemeente aan de financiële voorwaarden voor een gezonde begroting. Tegelijk laat deze begroting zien dat de financiële druk in de jaren daarna aanhoudt. De ruimte is beperkt en vanaf 2028 lopen de tekorten op.
Ondanks deze financiële druk blijven we investeren in onze gemeente. Deze investeringen zijn nodig om Ede verder te ontwikkelen en in te spelen op de groei van de gemeente en de opgaven die daarmee samenhangen. Die ruimte is er, omdat Ede beschikt over een stevige financiële buffer in de algemene reserve. Tegelijk blijven we, onder meer via de VNG, richting het Rijk aandringen op voldoende middelen en passende sturingsmogelijkheden, zodat gemeenten hun taken ook op langere termijn verantwoord kunnen blijven uitvoeren.
De voorgestelde wijzigingen in deze begroting leiden in 2027 per saldo tot een voordeel van € 3,5 miljoen. Vanaf 2028 verandert dit beeld in een nadeel van € 9,7 miljoen in 2028, € 10,2 miljoen in 2029 en € 10,0 miljoen in 2030.
De ruimte in 2027 ontstaat vooral door financiële bijsturing. Zo kiezen we ervoor om drie reserves zonder bestedingsplan in dat jaar vrij te laten vallen ten gunste van de algemene reserve. Daartegenover staan oplopende lasten op verschillende beleidsterreinen. Vooral de investeringen in onderwijs en maatschappelijke voorzieningen zijn omvangrijk. Daarnaast blijft het sociaal domein een belangrijk aandachtspunt, met financiële druk bij onder meer jeugdzorg, beschermd wonen en andere vormen van ondersteuning. Ook noodzakelijke investeringen in beheer en onderhoud van de openbare ruimte, mobiliteit, dienstverlening, informatiebeveiliging en privacy werken meerjarig door in de begroting. Een volledig overzicht van de wijzigingen is opgenomen in hoofdstuk 3 van deze begroting.
De algemene reserve biedt op dit moment ruimte om de ontwikkelingen op te vangen, maar vormt geen oplossing voor de structureel oplopende tekorten. Daarbij komt dat een deel van de meerjarige lasten nog als pm-post is opgenomen. Dit betekent dat nog niet alle financiële gevolgen volledig in beeld zijn en dat het financiële beeld vanaf 2028 nog verandert.
In lijn met het eerdere VNG-advies is ervoor gekozen om 2027 sluitend te presenteren en de tekorten vanaf 2028 zichtbaar en transparant in beeld te brengen. Daarmee geeft de gemeente een reëel financieel beeld, zonder tekorten vooraf te verhullen met onzekere stelposten. Het huidige beeld vanaf 2028 maakt duidelijk dat aanvullende keuzes nodig zijn om het financiële perspectief ook op langere termijn duurzaam in evenwicht te brengen. De komende Perspectiefnota is daarom een belangrijk moment om, op basis van nieuwe inzichten en landelijke ontwikkelingen, het meerjarige financiële beeld opnieuw te beoordelen en aanvullende ombuigingsmaatregelen voor te bereiden.
Van perspectiefnota naar begroting in cijfers
De programmabegroting bouwt verder op het financieel perspectief van de Perspectiefnota 2027-2030. Rekening houdend met de uitkomsten van de meicirculaire 2026 starten we deze programmabegroting met onderstaand financieel beeld. Daarbij is het goed te vermelden dat incidentele baten en lasten het financiële beeld enigszins kunnen vertroebelen. Dat komt niet in de laatste plaats door de wijze waarop het Rijk zorg draagt voor financiering van gemeentelijke taken. Om inzicht in het uiteindelijke structurele financiële beeld te schetsen, vermelden we als laatste regel van tabel 5.1.2 het structurele saldo dat van toepassing is.
Tabel 5.1.1 - Vertrekpunt Programmabegroting 2027-2030 | Bedragen x € 1.000 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
Omschrijving | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
Financieel kader | |||||
A: Stand Perspectiefnota 2027-2030 (pag. 7) | 8.305 N | 27.443 N | 5.480 N | 5.332 N | 6.247 N |
B: Algemene uitkering (memo meicirculaire 2026) | 1.756 V | 2.204 V | 2.581 V | 1.432 V | 2.087 V |
C: Afrondingsverschillen | 1 V | 1 V | 2 V | 2 V | 3 V |
Vertrekpunt Programmabegroting 2027-2030 (A t/m C) | 6.548 N | 25.238 N | 2.897 N | 3.898 N | 4.157 N |
Onderstaande tabel toont het uiteindelijke financiële beeld van deze begroting. Zoals inmiddels gebruikelijk is daarbij de actualisatie van het lopende begrotingsjaar (2026) meegenomen in hoofdstuk 3 'Wijzigingen begroting'. Hiermee is in één oogopslag te zien wat er wordt gewijzigd, zonder herhaling van teksten omdat wijzigingen zowel betrekking kunnen hebben op het lopende begrotingsjaar als de daaropvolgende jaren.
Tabel 5.1.2 - Financieel beeld Programmabegroting 2027-2030 | Bedragen x € 1.000 | ||||
Omschrijving | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|
Financieel kader | |||||
A: Vertrekpunt Programmabegroting 2027-2030 (tabel 5.1.1) | 6.548 N | 25.238 N | 2.897 N | 3.898 N | 4.157 N |
B: Wijzigingen begroting (hoofdstuk 3.3) | 1.728 V | 3.501 V | 9.661 N | 10.157 N | 10.005 N |
Saldo Programmabegroting 2027-2030 (A + B) | 4.820 N | 21.737 N | 12.558 N | 14.055 N | 14.162 N |
Structureel saldo (zie bijlage 1G) | 8.146 V | 424 V | 9.584 N | 11.516 N | 10.053 N |
In de jaren 2026 tot en met 2030 is in alle jaren sprake van een negatief begrotingssaldo. Exclusief de incidentele baten en lasten is de begroting in 2027 wel structureel en reëel in evenwicht, zoals opgenomen in bijlage 1G. Daarmee wordt voldaan aan artikel 189 van de Gemeentewet, waarin staat dat de raad erop toeziet dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is.
Vanaf 2028 is geen sprake van een structureel en reëel sluitende begroting. Bij de volgende begroting moet daarom óf het eerste begrotingsjaar (2028) structureel sluitend worden gemaakt, óf aannemelijk worden gemaakt dat het structureel en reëel evenwicht in de daaropvolgende jaren wordt hersteld.
Het financieel beeld uit tabel 5.1.2 heeft het volgende effect op het verloop van de Algemene reserve:
Tabel 5.1.3 - Algemene reserve Programmabegroting 2027-2030 | Bedragen x € 1.000 | ||||
Omschrijving | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|
Stand 1 januari | 77.727 V | 72.907 V | 51.170 V | 38.612 V | 24.557 V |
Doorwerking besluitvorming t/m PN 2027-2030 (tabel 5.1.1) | 6.548 N | 25.238 N | 2.897 N | 3.898 N | 4.157 N |
Wijzigingen begroting (tabel 5.1.2) | 1.728 V | 3.501 V | 9.661 N | 10.157 N | 10.005 N |
Stand per 31 december (voor resultaatbestemming) | 72.907 V | 51.170 V | 38.612 V | 24.557 V | 10.395 V |
Surplus ten opzichte van bodem van € 10 miljoen | 62.907 V | 41.170 V | 28.612 V | 14.557 V | 395 V |
De algemene reserve bedraagt eind 2030 € 10,4 miljoen. Daarmee ligt deze net boven de vastgestelde ondergrens van € 10 miljoen.
