De financieringsbehoefte van de gemeente is een resultante van alle inkomsten en uitgaven van de gemeente als geheel. De omvang van de uitgaven aan investeringen is de komende jaren het meest bepalend voor de omvang en fasering van de financieringsbehoefte. De uitgaven worden met name bepaald door: de meerjarige uitgaven aan kredieten en investeringen, de uitgaven aan grondexploitatieprojecten en de herfinanciering van de aflossingen van bestaande leningen.
De ervaring van de afgelopen jaren leert dat de realisatiegraad van deze uitgaven in het lopende begrotingsjaar een stuk lager kan zijn dan de ramingen. Belangrijke verklaringen daarvoor zijn:
- De omvang en fasering van meerjarige kredieten en investeringen is onzeker, door onder andere allerlei niet beïnvloedbare externe factoren, zoals: verkrijgen van vergunningen door de stikstofcrisis; hoge prijzen van arbeid en bouwmaterialen; beschikbaarheid van bouwcapaciteit en bouwmaterialen; netwerkcongestie in het energienet.
- Vergelijkbare onzekerheden gelden voor de kasstromen van de grondexploitatieprojecten. Ook is sprake van een overgangsfase in het grondbedrijf, waarbij de lopende projectenportefeuille afneemt en nieuwe planvorming de komende jaren wordt voorbereid via gebiedsprogramma's.
- Het planningsoptimisme van de ramingen van investeringen. Een beschikbaar krediet in een bepaald jaar zorgt niet vanzelfsprekend voor een kasstroom in datzelfde jaar. Daarvoor is een meer nauwkeurige inschatting nodig, bijvoorbeeld per maand of kwartaal.
Op basis van de geprognosticeerde balans is in onderstaande tabel de financieringsbehoefte per jaar aangegeven.
Tabel 6.4.1 | Bedragen x € 1.000 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Financieringstekort/-overschot per 1 januari | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||||
Te financieren (rest)boekwaarden investeringen | 525.378 | 607.149 | 669.761 | 676.278 | 645.963 | ||||
Te financieren vlottende activa | 84.196 | 87.261 | 90.255 | 95.387 | 90.291 | ||||
Totaal te financieren | 609.575 | 694.410 | 760.016 | 771.664 | 736.254 | ||||
-/- Reserves en voorzieningen | 210.755 | 200.324 | 185.557 | 174.670 | 163.706 | ||||
-/- Aangetrokken geldleningen | 140.317 | 132.160 | 114.803 | 97.548 | 80.839 | ||||
-/- Door derden belegde gelden + waarborgsommen | 1.008 | 1.008 | 1.008 | 1.008 | 1.008 | ||||
-/- Overige vlottende passiva | 144.127 | 144.127 | 144.127 | 144.127 | 144.127 | ||||
Financieringstekort (cumulatief) | 113.367 | 216.791 | 314.522 | 354.312 | 346.574 | ||||
De ramingen in deze begroting leiden tot een financieringstekort van (afgerond) € 113 miljoen in 2027. Tot 2031 neemt het financieringstekort verder toe door voornamelijk een stijging van investeringen, een daling van reserves en voorzieningen en reguliere aflossing van aangetrokken leningen. Het financieringstekort en daaruit voortkomende behoefte aan externe financiering wordt ingevuld met zowel kortlopende als langlopende leningen.
In de geprognosticeerde balans is de geraamde financieringsbehoefte opgenomen onder ‘Vlottende schulden met een looptijd < 1 jr.’ (kortlopende leningen, zie ook ‘Kasgeldlimiet’ hierna) en ‘Vaste schulden met een looptijd ≥ 1 jr.’.
Het oplopende financieringstekort leidt tot een toename van de schuldpositie van de gemeente en als gevolg daarvan het oplopen van de ‘Netto-schuldquote’. De toename van de rentelasten vanwege het oplopende financieringstekort werkt ook door in het afnemen van de ‘Solvabiliteitsratio’. Beide ontwikkelingen zijn toegelicht in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ (onderdeel ‘kengetallen’).
De werkelijke ontwikkeling van de inkomsten en uitgaven wordt dagelijks gevolgd en verwerkt in een geactualiseerde liquiditeitsprognose. Ook de ramingen van de uitgaven aan onder meer kredieten, investeringen en grondexploitaties worden regelmatig geactualiseerd. Ter voorkoming van planningsoptimisme wordt continu aandacht geschonken aan het zo nauwkeurig mogelijk inschatten van de kasstromen. Op basis van ervaringscijfers hanteren we bij de bepaling van de financieringsbehoefte als uitgangspunt dat 70% van de kasstroom van investeringen zich voordoet in het betreffende kalenderjaar en 30% in het volgende jaar. De rentelasten zijn daarbij wel voor 100% in het jaar begroot. Dit uitgangspunt is besproken in de treasurycommissie.
Als uit de geactualiseerde liquiditeitsprognose blijkt dat sprake is van een aanvullende langjarige financieringsbehoefte, dan worden voorstellen gedaan om externe financiering aan te trekken. De treasurycommissie heeft daarbij een adviserende rol.
